| Telefoon: | Mail: | Postadres: |
| 0320-286111 | info@flevolandschap.nl | Postbus 2181 |
| 0320-286130 | 8203 AD Lelystad |
De Zoogdiervereniging vraagt elk jaar extra aandacht voor één van de in Nederland in het wild levende zoogdiersoorten. De steenmarter staat dit jaar in de schijnwerpers.
Lees meer...
In het Natuurpark is altijd iets te doen!
Er zijn een heleboel nieuwe activiteiten.
Lees meer...
Midden in Flevoland ligt een heel bijzonder ecosysteem. Dat van de Oostvaardersplassen en omringende gebieden als de Lepelaarplassen en het Wilgenbos. Een unieke film is in de maak... Lees meer...
Ga mee op avontuur! Van rugzakroutes tot historische wandelingen, bij bezoekerscentrum De Gesteentetuin op Schokland is van alles te doen!
Bekijk hier onze nieuwe activiteiten...
Het Flevo-landschap beheert 56 gebieden die heel divers zijn. Bijvoorbeeld de natuur op en rond Schokland, waarin archeologische schatten bewaard worden, het Natuurpark Lelystad met haar bijzondere dieren of de Lepelaarplassen, broedplaats voor vele beschermde vogelsoorten. Ook is er een groot aantal kleine gebieden, zoals bosjes of wegbeplantingen. Ieder gebied vergt een ander soort beheer, want natuuronderhoud is maatwerk.

Dat Flevoland in verschillende fasen is aangelegd, kun je goed terug zien in de natuur. Toen de plannen voor de Noordoostpolder gemaakt werden, speelde natuur slechts een bijrol. Alleen daar waar de bodem ongeschikt was voor landbouw, zou bos worden geplant. Zo zijn het Urkerbos, het Kuinderbos, het Schokkerbos en het Voorsterbos ontstaan. Andere groene accenten waren nauwelijks te vinden. Bij de inrichting van Oostelijk Flevoland wist de natuur al wat meer grond van de landbouw af te snoepen. Behalve bossen werden er zelfs moerassen en land-art aangelegd. Een gelijkwaardige rol ten opzichte van stedenbouw en landbouw kreeg de natuur pas bij de ontwikkeling van Zuidelijk Flevoland. Ten westen en noorden van Almere kwam ruimte voor natuur en de oostelijke rand kreeg de bestemming bos en recreatie.
Het Flevolandse landschap is heel gevarieerd. Er komen grofweg vier biotopen voor: moerassen, bossen, graslanden en plassen. Deze zijn weer onder te verdelen in twaalf specifiekere biotopen. Bij iedere biotoop horen typerende landschapskenmerken en planten en dieren die zich daarin thuis voelen. Het stadsbos Pampushout biedt bijvoorbeeld ruimte aan bomen, paddenstoelen en zangvogels, terwijl moerassen als de Lepelaarplassen en de Kamperhoek juist woongelegenheid bieden voor de bedreigde roerdomp. Graslanden als het Greppelveld zijn in trek bij weidevogels als kieviten en grutto’s. Van plassen maken ijsvogels, vissen en eenden graag gebruik.