Gebieden

Het Flevo-landschap beheert 56 gebieden die heel divers zijn. Bijvoorbeeld de natuur op en rond Schokland, waarin archeologische schatten bewaard worden, het Natuurpark Lelystad met haar bijzondere dieren of de Lepelaarplassen, broedplaats voor vele beschermde vogelsoorten. Ook is er een groot aantal kleine gebieden, zoals bosjes of wegbeplantingen. Ieder gebied vergt een ander soort beheer, want natuuronderhoud is maatwerk.

Historie

Dat Flevoland in verschillende fasen is aangelegd, kun je goed terug zien in de natuur. Toen de plannen voor de Noordoostpolder gemaakt werden, speelde natuur slechts een bijrol. Alleen daar waar de bodem ongeschikt was voor landbouw, zou bos worden geplant. Zo zijn het Urkerbos, het Kuinderbos, het Schokkerbos en het Voorsterbos ontstaan. Andere groene accenten waren nauwelijks te vinden. Bij de inrichting van Oostelijk Flevoland wist de natuur al wat meer grond van de landbouw af te snoepen. Behalve bossen werden er zelfs moerassen en land-art aangelegd. Een gelijkwaardige rol ten opzichte van stedenbouw en landbouw kreeg de natuur pas bij de ontwikkeling van Zuidelijk Flevoland. Ten westen en noorden van Almere kwam ruimte voor natuur en de oostelijke rand kreeg de bestemming bos en recreatie.

Biotopen

Het Flevolandse landschap is heel gevarieerd. Er komen grofweg vier biotopen voor: moerassen, bossen, graslanden en plassen. Deze zijn weer onder te verdelen in twaalf specifiekere biotopen. Bij iedere biotoop horen typerende landschapskenmerken en planten en dieren die zich daarin thuis voelen. Het stadsbos Pampushout biedt bijvoorbeeld ruimte aan bomen, paddenstoelen en zangvogels, terwijl moerassen als de Lepelaarplassen en de Kamperhoek juist woongelegenheid bieden voor de bedreigde roerdomp. Graslanden als het Greppelveld zijn in trek bij weidevogels als kieviten en grutto’s. Van plassen maken ijsvogels, vissen en eenden graag gebruik.

 
Het Flevo-landschap

Ontdek wat u kunt doen en zien in de 56 gebieden van Het Flevo-landschap.

Open de kaart