| Telefoon: | Mail: | Postadres: |
| 0320-286111 | info@flevolandschap.nl | Postbus 2181 |
| 0320-286130 | 8203 AD Lelystad |
De Zoogdiervereniging vraagt elk jaar extra aandacht voor één van de in Nederland in het wild levende zoogdiersoorten. De steenmarter staat dit jaar in de schijnwerpers.
Lees meer...
In het Natuurpark is altijd iets te doen!
Er zijn een heleboel nieuwe activiteiten.
Lees meer...
Midden in Flevoland ligt een heel bijzonder ecosysteem. Dat van de Oostvaardersplassen en omringende gebieden als de Lepelaarplassen en het Wilgenbos. Een unieke film is in de maak... Lees meer...
Ga mee op avontuur! Van rugzakroutes tot historische wandelingen, bij bezoekerscentrum De Gesteentetuin op Schokland is van alles te doen!
Bekijk hier onze nieuwe activiteiten...
Eerste natuurbouwproject in Nederland. De Kamperhoek is een voormalig zanddepot dat is omgetoverd in een plas met een moeras. Ook is er een bos waar in het verleden bosplanten zijn uitgezaaid en dat nu rijk is aan vogels en zoogdieren. Geschikt voor een struintocht dwars door bos en veld.
Landbouwgebieden, steden en bossen zijn altijd volop aangelegd, maar natuurgebieden tot eind jaren ’60 van de vorige eeuw niet. RIJP-directeur professor Van Duin was daar een warm voorstander van en bedacht de term ‘natuurbouw’. De Kamperhoek werd het eerste natuurbouwproject in Nederland. Deze plek had na de drooglegging dienst gedaan als zanddepot waarvan niet meer restte dan een natte plek. Er werd een plas gegraven en het moeras is van een kade voorzien. Een pomp houdt sindsdien het waterpeil op niveau. Veel trekvogels gebruiken het eiland en rietmoeras als rust- en slaapplaats. Dat geldt ook voor het rietmoeras aan de westzijde en voor het vochtige tot natte bos ten oosten van de plas. Op het door geiten begraasde eiland bevindt zich een oeverzwaluwenwand. Sinds 1968 is een vogelringstation in het gebied gevestigd, waardoor zeer veel over het gebruik van het gebied door trekvogels bekend is.
Landbouwgebieden, steden en bossen zijn altijd volop aangelegd, maar natuurgebieden tot eind jaren ’60 van de vorige eeuw niet. RIJP-directeur professor Van Duin was daar een warm voorstander van en bedacht de term ‘natuurbouw’. De Kamperhoek werd het eerste natuurbouwproject in Nederland. Deze plek had na de drooglegging dienst gedaan als zanddepot waarvan niet meer restte dan een natte plek. Er werd een plas gegraven en het moeras is van een kade voorzien. Een pomp houdt sindsdien het waterpeil op niveau. Veel trekvogels gebruiken het eiland en rietmoeras als rust- en slaapplaats. Dat geldt ook voor het rietmoeras aan de westzijde en voor het vochtige tot natte bos ten oosten van de plas. Op het door geiten begraasde eiland bevindt zich een oeverzwaluwenwand. Sinds 1968 is een vogelringstation in het gebied gevestigd, waardoor zeer veel over het gebruik van het gebied door trekvogels bekend is. Landbouwgebieden, steden en bossen zijn altijd volop aangelegd, maar natuurgebieden tot eind jaren ’60 van de vorige eeuw niet. RIJP-directeur professor Van Duin was daar een warm voorstander van en bedacht de term ‘natuurbouw’. De Kamperhoek werd het eerste natuurbouwproject in Nederland. Deze plek had na de drooglegging dienst gedaan als zanddepot waarvan niet meer restte dan een natte plek. Er werd een plas gegraven en het moeras is van een kade voorzien. Een pomp houdt sindsdien het waterpeil op niveau. Veel trekvogels gebruiken het eiland en rietmoeras als rust- en slaapplaats. Dat geldt ook voor het rietmoeras aan de westzijde en voor het vochtige tot natte bos ten oosten van de plas. Op het door geiten begraasde eiland bevindt zich een oeverzwaluwenwand. Sinds 1968 is een vogelringstation in het gebied gevestigd, waardoor zeer veel over het gebruik van het gebied door trekvogels bekend is.
Dankzij zaaiproeven in de jaren ’70 van de vorige eeuw komen er enkele bijzondere plantensoorten voor in de Kamperhoek, zoals echte sleutelbloem en moeras- en boswederik. Het uitzaaien had tot doel de ontwikkeling van een typische bosflora te bespoedigen. Dat is maar deels gelukt, want de rijping van de bodem en de vorming van een humuslaag - waarin typische bosplanten bij voorkeur groeien- , laten zich niet versnellen. Opvallend is de aanwezigheid van rode ogentroost. Het altijd vochtige loofbos is zangvogelrijk. Opvallende broedvogels zijn boomvalk, boomkruiper en kleine bonte specht. Daarnaast zijn er meer dan 20 zoogdiersoorten waargenomen, vooral knaagdieren en hun belagers, zoals hermelijn, bunzing en vos. Al een aantal jaren wordt de vlindersoort grote vos waargenomen. Deze soort is op vele plaatsen in Nederland verdwenen. Bijzonder zijn ook de grote hoeveelheden en aantallen soorten libellen.
Sinds de drooglegging onderbreken veel vogels na het oversteken van het Ketelmeer hun reis in Flevoland om te rusten en te foerageren. Dat was in 1968 een belangrijke beweegreden voor de aanleg van de Kamperhoek. Jarenlang functioneerde het gebied voortreffelijk maar vanaf de jaren ’80 groeide het moeras dicht, raakte het eiland bebost en de plas vulde zich meer en meer met slib. Daardoor verdwenen niet alleen de oeverzwaluwen, maar ook veel andere broedende en pleisterende vogels. Toen het Flevo-landschap in 1994 het beheer van het gebied van Staatsbosbeheer overnam, was het al duidelijk: alleen een grootscheepse hersteloperatie zou de Kamperhoek in oude luister kunnen terug brengen. En dat is gebeurd, mede dankzij een financiële bijdrage van de Nationale Postcode Loterij.
De verlande plas is uitgebaggerd en de waterbeheersing is verbeterd door het plaatsen van twee nieuwe pompen, de aanleg van nieuwe waterpartijen en het opschonen van de ringsloot. Het moeras is veel aantrekkelijker geworden voor libellen en amfibieën. Ook de broedvogelbevolking reageerde bijzonder positief op de ingrepen. Nu broeden er weer dodaars, rietzanger en baardmannetje, maar ook soorten als blauwborst, bruine kiekendief, kleine karekiet en waterral. Er is meer gebeurd. 15 ha grasland waarmee de Kamperhoek begin jaren 2000 is uitgebreid, is natuurvriendelijk ingericht door het graven van een retentiebekken, een meertje van 1 ha voor de opvang van tijdelijk overtollig water. Het water in deze plas is een reservevoorraad voor de rest van het gebied. Ook in een ‘normaal’ jaar is er niet voldoende ‘eigen’ water beschikbaar om het gewenste waterpeil te kunnen handhaven. De plas heeft natuurvriendelijke oevers en vormt een gevarieerd leefgebied voor vogels, libellen, vlinders, kleine zoogdieren en vissen. Uniek is de oeverzwaluwwand lang de Visvijverweg. Sinds 2002 broeden hier tientallen paren oeverzwaluwen.
| Wandelpaden | |
| Verrekijker mee | |
| Laarzen mee | |