Broedvogeltellingen Schokland en Rotterdamse Hoek

853 - kievit - polder eemnes - maart 2008 Chivas Design.jpgGeplaatst: 09 november

De eerste onderzoeksresultaten van de vogeltellingen van 2018 zijn binnen. En het is altijd weer spannend en interessant om te zien hoe het gaat met de vogels in onze gebieden. De eerste resultaten gaan over Schokland en de Rotterdamse Hoek.

Goed nieuws op Schokland
De weidevogels op Schokland doen het erg goed. Zomertaling (nu 7 paar), slobeend (11), grutto (11), graspieper (28), veldleeuwerik (9) en kievit (27) zijn (sterk) in aantal gestegen. Het aantal tureluurs is wat gedaald en in 2018 zijn geen watersnippen en rallen aangetroffen. Het beeld bestaat dat dit voorjaar een wat te laag peil is aangehouden. Dat de meest “natte” soorten in aantal zijn gedaald in 2018 lijkt dat te bevestigen.

Veel bosvogels (grote bonte specht, kleine bonte specht, boomklever, boomkruiper) zijn, ondanks alle kapwerkzaamheden i.v.m. de essentaksterfte, in aantal gestegen t.o.v. 2011. Uitzondering is de appelvink (23 in 2011, in 2018 nog 8). De es is, in de literatuur, geen belangrijke boomsoort (voor voedsel etc.) voor de appelvink. Maar we zien deze achteruitgang in appelvinken niet in andere gebieden en dat is opvallend. 

Nachtegaal, blauwborst en rietzanger hebben zich voor het eerst in het gebied gevestigd, met 1 paar. De komst van de roodborsttapuit is nog spectaculairder. Meteen 6 paar!

Wisselende situatie in de Rotterdamse Hoek
Het moeras in de Rotterdamse Hoek begint zich (eindelijk) te ontwikkelen. In 2015 stond er vrijwel nog geen riet langs de oevers, in 2018 wel. En dat zie je meteen terug in het aantal broedvogels: dodaars van 0 naar 5, rietzanger van 0 naar 1, kleine karekiet van 0 naar 21(!), rietgors van 0 naar 4.

Bij de weidevogels gaat het helaas niet goed. Na hoogtemetingen van het maaiveld en de stuwen is gebleken dat de stuwen niet goed zijn geplaatst, waardoor het waterpeil in het gebied te laag staat. Dit zal op korte termijn verbeterd worden. Kievit van 18 naar 2, grutto van 6 naar 2, tureluur van 26 naar 7, gele kwikstaart van 16 naar 5, veldleeuwerik van 9 naar 6. De enige die zich aan de malaise lijkt te onttrekken is de graspieper (die is ook het minst gevoelig voor drogere omstandigheden). Zij gaan van 3 naar 12. De eenden en ganzen zijn stabiel of gaan licht vooruit.

In het zeer geïsoleerd liggende en kleine bosje (slechts 3,6 hectare) broeden opvallend veel bosvogelsoorten: appelvink, vuurgoudhaan, grauwe vliegenvanger, boomkruiper, boomklever, grote bonte specht. Er zijn veel oude bomen met holtes en dat is goed nieuws voor de bosbewoners.

Binnenkort delen we de telresultaten uit andere gebieden van Het Flevo-landschap!

« Terug

Ontvang onze nieuwsbrief

En blijf op de hoogte van alle activiteiten en nieuwtjes!