Beheerkeuzes: Trekvogelgraslandje

cb98875778022024f7f73ca5dd373dcac431660d.jpegGeplaatst: 18 februari

Regelmatig krijgen wij vragen van bezoekers of vrijwilligers over de keuzes die we maken bij het beheer van onze gebieden. Waarom maaien we het ene gebied wel en het andere niet? Waarom worden er bomen gekapt? Waarom lopen er soms grote grazers in gebieden? Wat is de reden om sommige gebieden te vernatten? Sommige keuzes lijken misschien willekeurig, maar dat zijn ze nooit. Beheerkeuzes komen altijd voort uit een meerjaren beheerplan, wettelijke verplichtingen of wensen en eisen van andere partijen. Graag leggen we uit waarom we bepaalde keuzes maken.

Vochtig weidevogelgrasland
De laatste tijd krijgen we regelmatig vragen over het beheer in de Lepelaarplassen en dan met name de zone langs het Trekvogelgraslandje aan de voet van de Oostvaardersdijk bij bezoekerscentrum De Trekvogel. Daar rooien we de houtige begroeiing (zoals jonge boompjes, hogere struiken en ondergroei). We houden het gebied bewust zo open mogelijk en doen dat met een goede reden. Het vastgestelde beheertype voor dit gebied is 'vochtig weidevogelgrasland', een landschapstype dat weinig voorkomt in Flevoland, maar dat wel erg belangrijk is voor passerende weidevogels en steltlopers. Ons beheer is erop gericht om weidevogels op het Trekvogelgraslandje een zo optimaal mogelijk leef- en foerageergebied te bieden. Dit stukje glasland op de trekroute tussen Scandinavië en zuidelijk Europa en Afrika is een pleisterplaats voor zowel doortrekkende vogels als soorten die jaarrond aanwezig zijn. Vogels als kieviten, tureluurs, groenpootruiters, wulpen, grutto's, diverse reigersoorten, watersnippen, kleine plevieren en grauwe ganzen vinden er voedsel en broeden er. In een dergelijk gebied willen we geen al te hoge begroeiing, want die wordt door roofvogels en vossen dankbaar gebruikt als dekking om te jagen op weidevogels. Door het gebied open en nat te houden geven we weidevogels (en hun eventuele jongen) dus de beste kansen.

Slenken, kreken en, slootjes
Daarnaast is het gebied – zoals de naam al aangeeft - van oudsher een goede foerageerplek voor iconische waterminnende soorten zoals lepelaars, ooievaars en zwarte ooievaars en grote en kleine zilverreigers. De talloze slenken en slootjes in het gebied werken als een magneet op deze soorten. De laatste jaren groeide het gebied echter langzaam dicht met struiken en boompjes en dat zorgde er weer voor dat de vogels andere plekken opzochten. Door het weghalen van de hogere vegetatie ontstaan betere omstandigheden voor deze bijzondere delta-vogels.

Betere verbindingen tussen gebieden
Een derde reden voor een meer open landschap is het verbeteren van de verbindingen tussen de verschillende onderdelen van Nationaal Park Nieuw Land (waartoe de Lepelaarplassen behoren). De verschillende 'muurtjes' van bomen tussen bijvoorbeeld de Oostvaardersplassen en het Wilgenbos staan nu letterlijk in de weg. Door openingen in de bomenrijen te maken, ontstaat een meer open landschap dat makkelijker te doorkruisen is voor met name weidevogels.

Dijkbewaking
Een vierde reden om het gebied zo open mogelijk te houden is van een geheel andere aard: namelijk dijkbewaking en veiligheid. Waterschap Zuiderzeeland verwijdert de begroeiing om optimaal zicht te kunnen houden op de voet van de dijk. Zo kunnen beschadigingen aan de dijk of eventuele kwelplekken snel worden gesignaleerd. Een grasmat voorkomt bovendien uitspoeling van de dijk!

Heeft u ook een vraag over het beheer in onze gebieden? Mail deze dan naar info@flevolandschap.nl.

« Terug

Ontvang onze nieuwsbrief

En blijf op de hoogte van alle activiteiten en nieuwtjes!